· 

Help mijn kind moet aan de Ritalin

Meestal wordt ADHD vastgesteld vanaf de basisschoolleeftijd vanaf 7 jaar. ADHD gaat niet over als je volwassen wordt,

ook volwassenen kunnen ADHD hebben. Toch zie je vaak dat volwassenen een manier hebben gevonden om daar mee om te gaan. Juist veel succesvolle ondernemers zijn ADHD-er en hebben juist voordeel van hun tomeloze energie.

Medicatie

Al in 2014 kwam de gezondheidsraad met het advies om, voordat er ADHD-medicatie wordt voorgeschreven, te kijken naar andere omstandigheden. De gezondheidsraad schreef dat het medicijngebruik sterk gegroeid was door de toenemende prestatiedruk en dat de maatschappij minder tolerant was tegenover afwijkend gedrag. Artsen en psychiaters zijn iets terughoudender geworden bij het voorschrijven van medicatie. Toch slikt nog steeds 4% van de kinderen medicijnen. Er is nog maar weinig bekend over de lange termijn effecten van de medicatie en de medicatie heeft veel bijwerkingen. Vaak is er veel druk vanuit school om medicijnen te gaan slikken, zodat het kind rustiger in de klas wordt.

 

In een Zwitsers onderzoek bleek dat in 75% van de gevallen de diagnose ADHD ten onrechte wordt gesteld. Op de medicatie die wordt gegeven zoals Ritalin, Concerta, Bupropion of Stattera reageert 80% positief. Kinderen worden inderdaad rustiger in de klas. Maar uit een onderzoek uit 2018 blijkt dat bij deze kinderen de schoolprestaties niet verbeteren. Ook de bijwerkingen zijn niet mals. Bijwerkingen van de medicatie kunnen zijn: gebrek aan eetlust, niet kunnen inslapen, hoofdpijn, buikpijn, psychische klachten zoals nervositeit, angst en snel geïrriteerd zijn. Daarnaast treedt bij langdurig gebruik gewenning of psychische afhankelijkheid op. Het is lastig om daarna te stoppen met de medicatie.

Epigenetische versus genetische aandoeningen

Gedragsstoornissen zoals ADHD zijn meestal epigenetische aandoeningen. Dat betekent dat ADHD is ontstaan door omgevingsfactoren die de werking van onze genen veranderen. Bij een epigenetische aandoening zijn bepaalde eigenschappen die in je genen zitten geactiveerd. Het DNA is intact, maar de werking van het gen is afwijkend. Een epigenetische aandoening wordt verworven door bepaalde omgevingsfactoren. Stel het je voor als een aan/uit-schakelaar die op bepaalde genen zit. Op zo’n schakelaar zitten een aantal slotjes, zodat deze niet te snel aan wordt gezet. Maar door ongezonde omgevingsfactoren gaan de slotjes eraf. Deze factoren kunnen zo’n 5 generaties terug gaan. Dus het gaat niet alleen om nu, maar ook hoe je ouders en voorouders enz. hebben geleefd. Sommige mensen hebben veel slotjes, anderen minder. Hoe minder slotjes je hebt, hoe sneller ongunstige leefomstandigheden bepaalde genen zullen activeren (schakelaars omgezet).

 

Epigenetische factoren die kunnen bijdragen aan ADHD, maar ook aan autisme, zijn: verkeerde voeding/te veel suiker (hypoglycemie), belasting met toxische stoffen (bijv. lood of kwikzilver), stress, vaccinaties, voedingsintoleranties, een disbalans aan neurotransmitters, darmproblemen, virale of parasitaire infecties, DPP-IV enzym tekort, tekorten van vitamines of mineralen (bijv. B12, D, vetzuren), toxische stoffen.

 

De afgelopen 50 jaar zijn onze voedingsgewoontes sterk veranderd naar kant-en-klaar en bewerkt voedsel. Er is een toename van stress, prikkels en eisen die uit de maatschappij worden gesteld. De vervuiling is sterk toegenomen, denk hierbij ook chemische (verzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen) en elektromagnetische stress. Deze wijziging loopt parallel aan de toename van ADHD, autisme, burn-out, chronische vermoeidheid, depressie en angsten.

Wat kun je doen?

Je leest dit artikel waarschijnlijk omdat je zelf of iemand in je omgeving te maken heeft met ADHD. Je vraagt je nu vast af: “Wat kan ik doen?”. Allereerst, geen twee mensen zijn hetzelfde. Dus er bestaat geen kant en klare oplossing die werkt voor iedereen.

Maar wat dan wel? Orthomoleculaire voedingssupplementen kunnen helpen, homeopathie, gedragstherapie of mindfullness.

Zoek een goede therapeut die je hierbij kan helpen. Maar een hele belangrijke stap die je zelf kunt zetten is om de voeding aan te passen. Dit is vaak de basis waarmee elke andere therapie staat of valt. Bij kinderen met ADHD is zonder twijfel niet-allergische voedselgevoeligheid een van de meest activerende oorzaken. Hier ga ik in mijn volgende blog op in.